Nieuwsberichten

Bio-ingenieurs tonen innovaties op Floraliën

24 april 2016

 

Een kwart miljoen bloemen- en sierplantfanaten kunnen van 22 april tem. 1 mei op de Gentse Floraliën kennismaken met baanbrekende innovaties in de sierteelt. Bio-ingenieurs van de UGent tonen er enkele nieuwigheden, zoals sprekende planten, de nieuwste serrebelichting via LEDs en biologische bestrijding met nuttige insecten. Samen met Hogeschool Gent, ILVO en PCS zijn ze terug te vinden op het Sint-Pietersplein. 

Op vrijdag 22 april hebben de Floraliën in de Gentse binnenstad hun deuren geopend voor het grote publiek. Naast mooie tuinen en bloemencreaties, staat er gedurende tien dagen ook heel wat onderzoek en innovatie in de kijker. Daaronder ook enkele nieuwigheden ontwikkeld aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent. Nieuwigheden die voor de doorsnee bezoeker futuristisch ogen, maar volgens de wetenschappers binnenkort te vinden zullen zijn in elke serre in het land.


De sprekende plant

Omdat sierteelt een precisieteelt is, wordt het klimaat in de serres nauwgezet opgevolgd. Die opvolging kan echter nog verfijnd worden door te kijken naar de behoeften op het niveau van de plant en niet dat van de volledige serre. Professor Kathy Steppe van de vakgroep Toegepaste Ecologie en Milieubiologie spreekt van een verschuiving van een aanbodgerichte aanpak naar een vraaggerichte. “Dat is het concept van de ‘sprekende planten’: ze geven zelf aan wanneer er iets fout gaat of hoeveel water ze precies nodig hebben.”

Omdat planten tot nader order nog niet kunnen praten, gebeurt de communicatie via allerhande sensoren op de bladeren en stengels. Zo zijn er sapstroomsensoren die de snelheid meten waarmee het water door de plant stroomt of sensoren die veranderingen in de diameter van de plant registreren, tot op minder dan een millimeter nauwkeurig. Ook zijn er sensoren die de interne CO2-concentratie, de bladtemperatuur of de fotosynthesesnelheid meten, en kunnen de onderzoekers luisteren naar het geklik in de stengel als de waterkolom breekt, wat overeenkomt met een teken van stress.

Het gebruik van plantsensoren is op zichzelf niet uniek, maar de combinatie met computermodellen is wel toonaangevend. Dat een plant op een bepaalde dag minder groeit of zelfs krimpt, zegt op zich namelijk niet zoveel. “Maar de modellen die we ontwikkelen weten wat normale veranderingen zijn voor een specifieke plant in een bepaald klimaat. Als de gemeten waarde afwijkt van de voorspelde, is er iets mis met de plant”, legt Steppe uit. Zo kan bepaald worden of een sterkere krimp van het blad of de stengel bijvoorbeeld niet het gevolg is van een zeer zonnige dag.

Agreonlid Signum Engineering heeft sinds begin 2015 een quickwin project lopen rond het gebruik van stengelsensoren. Meer info vind je hier.


LEDs

Naast water hebben planten licht nodig om te groeien. Zeker in de winter hebben sierplanten in serres soms extra licht nodig. “Die bijbelichting gebeurt in de praktijk nog vaak met gewone lampen, maar LEDs lijken een goede vervanger te zijn”, licht professor Marie-Christine Van Labeke van de vakgroep Plantaardige Productie een tweede innovatie toe. Het grote voordeel van LED-lampen is dat ze geen warmte geven, zodat ze veel dichter bij de plantjes kunnen worden opgehangen. “Dat opent ook mogelijkheden voor verticale plantenteelt in meerdere lagen”, zegt ze. “De jonge plantjes worden dan in een kleinere ruimte in verschillende lagen boven elkaar geplaatst en krijgen toch voldoende licht via de LEDs.”

Dat klinkt alvast mooi, maar of de planten zich vervolgens in de serre ook volledig normaal ontwikkelen, wordt nog onderzocht. “Planten hebben immers miljoenen jaren breedspectrumlicht gekregen van de zon. Klassieke lampen geven ook een breed spectrum, maar LEDs leveren alleen smalle spectrale banden van blauw of rood licht, of een combinatie van beide. “Welke effecten dat mogelijks heeft op de vorm van de plant of de wortelvorming, zijn we momenteel nog aan het onderzoeken”, klinkt het.


IPM

Naast de plantweerstand verhogen via licht, kan dit ook via de biologische bestrijding van plagen en ziekten. Sinds 2014 verplicht Europa alle producenten van plantaardige producten om aan geïntegreerde gewasbescherming (IPM) te doen en het gebruik van chemische middelen te beperken. Biologische plaagbestrijding met natuurlijke vijanden, zoals micro-organismen, sluipwespen, roofmijten of lieveheersbeestjes, is daarbij een goed alternatief. In de sierteelt is deze praktijk echter nog niet goed ingeburgerd. “Dat komt onder meer doordat het esthetische aspect er zo belangrijk is. De geringste schade maakt de plant onverkoopbaar, dus gebruikt de sector traditioneel veel gewasbeschermingsmiddelen”, legt professor Patrick De Clercq van de vakgroep Gewasbescherming uit.

Dat je chemische gewasbescherming in de sierteelt ooit volledig kunt uitsluiten, is volgens hem dan ook een illusie. En dat maakt de combinatie met biologische bestrijding niet evident, want de diertjes mogen uiteraard geen schade ondervinden van de andere bestrijdingsmiddelen. Bovendien vormt het kasklimaat zelf soms ook een uitdaging. De evolutie is om energiezuiniger te werken, deels met lagere kastemperaturen. Maar sommige nuttige insecten worden minder actief bij koude temperaturen. “De effecten van energiebesparende maatregelen zoals het gebruik van variabele temperaturen in de kas op de populatiegroei van de nuttige insecten worden daarom nauwgezet bestudeerd.”

Ook wordt onderzocht hoe telers ervoor kunnen zorgen dat ze niet telkens opnieuw nuttige insecten moeten uitzetten wanneer een plaag opduikt. “Want dat is een probleem: naarmate de plaagpopulatie onder controle komt, is er minder voedsel voor de bestrijders en sterven ze uit. Komt er een nieuwe plaag in het gewas opduiken, dan moet de teler weer nieuwe bestrijders inzetten. En dat is noch duurzaam, noch goedkoop”, stelt De Clercq. Sinds kort experimenteert UGent daarom met vervangvoedsel voor de bestrijders, zoals stuifmeel of cysten van pekelkreeftjes.

Meer info: UGent-Crelan leerstoel landbouwinnovatie

 

Bron: Vilt

 


terug naar overzicht