Nieuwsberichten

Bemesting en gewasbescherming zal preciezer moeten

2 februari 2017

 

Het Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA) vierde deze week in Oudenaarde zijn 25ste verjaardag met een studiedag over de toekomst van de sector. Zeven experts uit verschillende schakels van de keten mochten de evoluties voorstellen die zij in hun domein waarnemen. Met welke bemestingsregels krijgen aardappeltelers te maken, zullen ze nog over voldoende gewasbeschermingsmiddelen beschikken en zal precisielandbouw ingang vinden in de praktijk? Op deze vragen kregen de aanwezigen antwoord.


Precieze bemesting

Bart Debussche van het Departement Landbouw en Visserij stond stil bij het mestbeleid. Hij waarschuwde voor het gebruik van fosfor. “Vandaag is de concentratie fosfaat in de MAP-meetpunten nog viermaal hoger dan het zou mogen zijn”, klinkt het. De metingen inzake nitraat zijn beter, maar ook daar is nog werk aan de winkel. “Blijvende aandacht voor de juiste bemestingstechniek is noodzakelijk. Bij aardappelen is er altijd een hoog risico op nutriëntenverliezen (nitraatresidu), dat is eigen aan de teelt. Door bijvoorbeeld de bufferzones (minstens 1 meter) langs waterlopen beter te respecteren, kan al één en ander vermeden worden.”

Maar om echt vooruitgang te boeken, zal bemesting in de toekomst preciezer moeten. Smart farming maakt dat mogelijk: gerichter bemesten op basis van metingen op veld- en zelfs op plantniveau. Ook zal meer aandacht uitgaan naar bodemvruchtbaarheid en -beheer. “Uit recente cijfers blijkt dat onze bodems te zuur zijn en te weinig koolstof bevatten. Dat laatste corrigeren is een werk van lange adem, maar het is absoluut nodig om de bodemvruchtbaarheid te bevorderen. Eén van de quick-wins van Agreon ‘Variabel bekalken op basis van bodemscan en GPS’ ging dieper in op dit onderwerp. Met de techniek kan er plaatsspecifiek en dus efficiënter bekalkt worden. Op termijn zal deze techniek eveneens ingezet kunnen worden voor bemesting. Omwille van het cruciaal verband tussen zuurtegraad van de bodem en de opbrengst, is gekozen om eerst in te zetten op de bekalking.

 

Precieze gewasbescherming

“Er is nog toekomst voor gewasbescherming, maar alleen als ze juist gebruikt worden. En in water worden nog steeds te veel residu’s aangetroffen, door puntvervuiling, drift of erosie. Er is een inhaalbeweging nodig – anders worden de normen alleen maar strenger, en die kan bereikt worden door een aantal bestaande maatregelen in acht te nemen”, klonk het bij Jan Vermaelen van Phytofar.

 

Precisielandbouw praktijkrijp?

Op de vraag of precisielandbouw praktijkrijp is, antwoordt Ruben Van De Vijver van onderzoeksinstituut ILVO voorzichtig positief. Hoopgevend is in ieder geval de brede toepassing van GPS-technologie, de basisvorm van precisielandbouw (1.0). Ongeveer een vijfde tot vierde van de nieuwe tractoren zijn er al mee uitgerust. Momenteel wordt door onderzoek en fabrikanten bovendien sterk ingezet op detectie van een aantal zaken via sensoren op veldniveau (precisielandbouw 2.0). Bedoeling is de natuurlijke variatie op een perceel in kaart te brengen zodat niet alleen overlap vermeden wordt, maar elke plaats binnen het perceel ook de juiste behandeling krijgt.

Op deze niveaus zijn er goede praktijkvoorbeelden te vinden, al zijn er nog wat knelpunten. “De beslissingsmodellen (interpretatie van de data) staan nog niet op punt, er zijn nog wat hiaten in de wetgeving (bv. drones) en de meerprijs is nog aanzienlijk. Om definitief door te breken, moet die meerprijs minstens gedekt worden door de besparingen en de meeropbrengst die het oplevert. Iets wat nog te onzeker is”, klinkt het. Desondanks wordt momenteel al onderzoek gevoerd naar precisielandbouw 3.0, op plant- of zelfs bladniveau. “Maar op dat niveau is nog veel R&D nodig.”

 

Bron: Vilt

 

terug naar overzicht