Nieuwsberichten

Overleeft de boer de vierde industriële revolutie?

14 februari 2017

 

Op de inmiddels vijfenvijftigste studiedag van de vakgroep Landbouweconomie van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent werd een dag lang nagedacht over de impact van de vierde industriële revolutie op de landbouw. Er was de stoommachine, de eerste elektrisch aangedreven productielijn, en nog niet zo lang geleden, de computerrevolutie. Vandaag zijn cyber-fysische systemen zoals ‘the internet of things’ de drijvende kracht achter de vierde industriële revolutie. Alle boeren big data-manager? Wordt stielkennis vervangen door artificiële kennis op basis van een berg computergetallen? En is er nog plaats voor kleine boeren? 

De twintigste eeuw zal de geschiedenis ingaan als de eeuw waarin de landbouwpopulatie in onze contreien gedecimeerd werd. Op een eeuw tijd liep het aantal landbouwers terug van meer dan de helft van de bevolking tot amper enkele procenten. Eén van de motoren – letterlijk en figuurlijk – achter die omslag is de mechanisatie van de sector. Die mechanisatie krijgt steeds nadrukkelijker een digitaal gezicht. Machines worden slimmer, zo slim dat ze ook steeds zelfstandiger gaan werken en daarover gaan communiceren met elkaar. Nemen de robots de landbouwsector over? Worden big data de heilige graal in de bedrijfsvoering op een landbouwbedrijf? De vakgroep Landbouweconomie (UGent) wijdde er zijn vijfenvijftigste studiedag aan. 

Het concept 

De vierde industriële revolutie is een algemene term voor technologieën en concepten voor de organisatie en sturing van de hele waardeketen, vooral gebaseerd op cyber-fysische systemen, het internet of things en het internet of services, zo helpt Jurgen Vangeyte van onderzoeksinstituut ILVO ons op weg. “Het gaat om een integratie van de virtuele en de fysieke wereld, waarbij intelligentie wordt ingebouwd in fysieke systemen om die systemen te controleren en te sturen. Concreet moet je daarbij denken aan grote aantallen sensoren die informatie bezorgen aan deels of volledig automatische machines. IT wordt een integraal deel van het product, waardoor er een internet of things ontstaat.”

Die IT-revolutie past volledig in het precisielandbouwconcept dat tracht om dieren en planten zo juist mogelijk te behandelen op het juiste moment en op de kleinst mogelijke schaal. Zonder digitale knechten in de vorm van geautomatiseerde sensoren en robots krijg je dat niet klaargespeeld. Maar wat kan je aanvangen met de enorme hoeveelheid data die gegenereerd worden? “Er worden veel meer data geproduceerd dan dat er verwerkt worden”, aldus Miel Hostens (UGent). “Maar je bent niets met big data als je er geen interpretatie aan kan vastknopen via applicaties of software. Data staan helemaal vanonder in de kennispiramide. Uit data vloeit idealiter informatie voort die je omzet in kennis, en uiteindelijk, wijsheid.” 

Daar ligt met andere woorden een enorm marktpotentieel, zo hoorden we van verschillende sprekers. “Het probleem vandaag is dat iedereen zich daar heel erg bewust van is”, gaat Hostens verder. “Iedereen heeft het gevoel dat ze op een gouden ei aan het broeden zijn. Maar als er na 21 dagen geen kuiken uit het ei tevoorschijn komt, is er iets niets pluis en moet je iets anders proberen. Helaas is er heel erg veel terughoudendheid om data uit te wisselen.” 

De eerste stapjes

Aan de oppervlakte blijft het voorlopig nog relatief rustig. Maar achter de schermen gonst het van de activiteit en wordt door onderzoekscentra, toeleveranciers en IT-bedrijven naarstig gewerkt aan marktklare slimme toepassingen. In Vlaanderen gebeurt dat via Smart Digital Farming (SDF), een innovatief bedrijfsnetwerk dat ondersteund wordt door Vlaams minister van Werk en Innovatie Philippe Muyters en gecoördineerd wordt door ILVO, samen met Agoria en KU Leuven. Het strategische doel van het netwerk is helder: de komende drie jaar het economisch potentieel van de datarevolutie voor Vlaanderen in de landbouw- en voedingssector zo veel mogelijk ontsluiten.

In de praktijk moet er via samenwerking een nieuw interdisciplinair ecosysteem ontstaan om nieuwe zakenmodellen te genereren die gebaseerd zijn op de steeds toenemende hoeveelheid gegevens die beschikbaar is. Bijna 30 partners hebben zich ondertussen aangesloten bij het project, gaande van ICT-bedrijven, ontwikkelaars van sensoren, drones en embedded controllers, tot data-analisten, fabrikanten van machines en (stal)uitrustingen en bedrijven die gespecialiseerd zijn in het internet of things. Bedoeling is om via brainstormsessies binnen het SDF-netwerk zo veel mogelijk levensvatbare businessideeën uit te werken.

Boerendata in boerenhanden

Een laatste relevant aspect: het juridische kader voor dataverzameling en -gebruik. Pieter Callens van advocatenkantoor Eubelius wist te vertellen dat er de laatste twee jaar wereldwijd meer data gecreëerd zijn dan alle voordien gecreëerde data samen. Een nooit geziene explosie van digitale gegevens met andere woorden, waarvan overigens slechts een peulschil wordt verwerkt: 0,5 procent. Als de verwachting is dat steeds meer data zullen gebruikt worden, dan is ook de verwachting dat de waarde van die data zal stijgen. Meteen stelt zich een reeks vragen: van wie zijn de data eigenlijk? Wat met het eigendomsrecht? Wat met persoonsgegevens en privacy?

Eerder morgen dan vandaag?

De toekomst brengt een hele waaier aan nieuwe toepassingen voor de Vlaamse land- en tuinbouw. Hoe de vierde industriële revolutie vertaald zal worden op de velden en in veestallen blijft voorlopig nog onduidelijk. De bereidheid van betrokken partijen om de data te delen wordt een belangrijke succesfactor. “Grote bedrijven evolueren alleszins meer en meer richting open data”, aldus Marc Sneyders. Tegelijkertijd blijken heel wat boeren niet meteen geneigd hun bedrijfsgegevens zomaar te grabbel te gooien zonder dat ze daar zelf een graantje van kunnen meepikken.

Wanneer kunnen we de grote doorbraak verwachten? Kan je van de sterk vergrijsde landbouwsector überhaupt wel verwachten dat ze met zo’n geavanceerde technologie aan de slag gaan? “Er is een nieuwe generatie boeren op komst die meer en meer manager zijn op hun bedrijf”, aldus Sneyders. Die voorspelling brengt ons bij de centrale vraag: overleeft de boer de vierde industriële revolutie? De doorsnee boer van vandaag besteedt nog steeds het grootste deel van zijn tijd aan operationele bezigheden, terwijl de boer van de vierde industriële revolutie wellicht een manager wordt die strategische eerder dan operationeel zal denken. Het operationele heeft hij immers overgelaten aan een legertje slimme robots aangestuurd door sensoren.

“Mag ik hier nog één ding aan toevoegen”, neemt Jan De Keyser, directeur agrarische divisie bij BNP Paribas Fortis, als een van de laatste het woord. “Het spijt me dat dit misschien wat hard klinkt, maar het big data-verhaal is vandaag nog steeds een verhaal voor gadgetboeren. Wie kan die investeringen vandaag verantwoorden? Als ik naar mijn kredietaanvragen van landbouwers kijk, is nog geen 30 procent geloofwaardig. Ook jonge boeren hebben hier vandaag volgens mij gewoon geen tijd voor, ze zijn 14 uur per dag met operationele taken bezig. De verwachtingen zijn heel hoog, maar in de praktijk is het een randverschijnsel.” Ook Miel Hostens predikt realisme: “In 2016 was er heel weinig cashflow, dus dan krijg je weinig boeren warm voor zo’n futuristische toekomstvisie. Het blijft de boer die het moet doen, en als de marges dat niet toelaten, dan eindigt het verhaal. In de eerste plaats moet de landbouwer beter worden van dit verhaal.”


Bron:Vilt


terug naar overzicht