Nieuwsberichten

Loonwerk in de 21ste eeuw

6 februari 2018

Eind 2017 vond het Nationaal Congres van de beroepsvereniging van de loonwerkers ‘Landbouw-service’ plaats. Het thema van deze editie luidde: ‘Loonwerk in de 21ste eeuw’. Het grote thema op het congres was ‘de generatiewissel’ met als doel om loonwerkers bij te staan in het voorbereiden van de bedrijfsoverdracht.

Investeren in toegevoegde waarde

Johan Van Bosch, algemeen secretaris van Landbouw-Service, opende het congres door stil te staan bij de centrale vraag “hoe we als loonwerker overleven in de 21ste eeuw”. Duidelijk is dat de loonwerker moet investeren in toegevoegde waarde zoals het geven van advies op vlak van bemesting, inzet van fytomiddelen en de planning richting plant- en oogstmoment. Het is duidelijk dat we moeten mee evolueren en raad geven aan de klanten.


Generatiewissel

Voor de algemeen secretaris is de generatiewissel direct gelinkt aan de rechtszekerheid van de onderneming. Er wordt op gewezen dat er geen ‘unieke oplossing’ is voor iedere loonwerker die zijn bedrijf wil overdragen. Overdracht is niet zo eenvoudig. Dit alles komt aan bod in het boek ‘de generatiewissel’. Het is geen zuiver theoretisch boek, maar biedt ook tien portretten die de diversiteit in de bedrijfsopvolging aantonen.


Innovatie aan klant bieden

Tijdens het loonwerkerscongres kwam de Franse Pierre-Henry Hamon van het gelijknamige loonbedrijf vertellen over hoe zij samen werken in de loonwerksector. Zelf is het loonbedrijf verenigd binnen het Cléo netwerk. Loonbedrijf Hamon haalt 80 % van zijn omzet uit de landbouwwerken. Het overige deel wordt gerealiseerd bij particulieren en groenwerken voor gemeenten. Vanaf drie locaties gelegen ten Zuidwesten van Rennes worden de klanten bediend in Bretagne.

Het loonbedrijf is aangesloten bij het grotere Cléo-netwerk, een groepering van een twintigtal loonwerkers die 450 chauffeurs-mekaniekers vertegenwoordigt. Het doel van dit Cléo-netwerk is om innovatie in het veld te bieden aan de klant, de landbouwer in dit geval. “Waar kunnen we toegevoegde waarde bieden aan hem”, is de centrale vraag waar het netwerk rond handelt. Ze willen meer dan een basisdienst bieden door bijvoorbeeld advies te verlenen bij de meststoffenkeuze en de bodemanalyse.

Tevens willen ze de landbouwer bijstaan met het maken van ‘kaarten’, mee aan precisielandbouw doen, drone’s inzetten, satellietbeelden aanwenden, drijfmest analyseren, ... “Eigenlijk moeten we er naar streven om het rendement van de landbouwer te verbeteren en hem bij te staan. Want de landbouwer van vandaag is een ‘beheerder’ geworden die duidelijk wil weten wat een dier of één hectare grond opbrengt, aldus Pierre-Henry Hamon.
De loonwerkersgroepering heeft ook een eigen proefplatform opgezet met het idee om te communiceren over nieuwe ontwikkelingen op het veld richting zijn klanten. Pierre-Henry Hamon sloot af met de inspirerende vraag of de loonwerkers er morgen nog gaan zijn, met enkel hun basisdienst, als ze vandaag bovenop dit verder niets ondernemen.


Data uit de ruimte

Op het verhaal van loonbedrijf Hamon werd ingepikt door Steven Krekels, Unit Manager Vito Remote Sensing. Hij stelde dat de ruimte ver weg is, maar dat we ze heel dichtbij kunnen brengen. “Er valt heel wat te zien vanuit de ruimte”. De data vanuit de ruimte kan een beeld geven van hoe performant de lokale landbouw is. Een hele hoop data is gratis aanwezig, maar de vraag is wat halen we er uit. De veldgegevens zijn van de boer, gegevens van dorpen en regio’s zijn publiek, stelde de heer Krekels.

Echter ziet hij ook dat landbouw één van de minder gedigitaliseerde domeinen is. Tevens wees hij er op dat er een generatie aan komt die anders gaat kijken naar eigendom. “Het delen van materiaal komt eraan, want het is niet interessant dat machines stil staan”, zo inspireerde hij de aanwezige loonwerkers op het congres.

Naast informatie via satellietbeelden uit de ruimte, wees Steven Krekels nog op het nut van drone’s. Deze bieden beelden van een hogere resolutie of bieden andere toepassingen dan satellieten. Drone’s uitgerust met een warmtecamera kunnen zo bijvoorbeeld sneller ziektes in het gewas te velde detecteren dan dat we dat visueel met het menselijk oog kunnen.

Bron: Landbouwleven.be

terug naar overzicht