Nieuwsberichten

Hoe duurzaam is duurzaam?

19 juni 2013

 

Biomassa als grondstof zorgt voor minder CO2-uitstoot, maar tegelijk ook voor meer landgebruik. Is die ‘verduurzaming’ dan een goede of een slechte zaak voor het milieu?


In 2007 kondigde de Belgische chemiegroep Solvay aan dat het in het Braziliaanse Santo Andre een fabriek voor de productie van pvc op basis van bio-ethanol zou gaan bouwen. Deze biobrandstof wordt gewonnen uit suikerriet. De plannen gingen even later – onder druk van de crisis – de koelkast in, maar de intentie van Solvay blijft. Daarom berekenden Gentse onderzoekers nu al de mogelijke milieu-impact van een omschakeling van de situatie vandaag – productie op basis van fossiele grondstoffen – naar die in het ontwerp van Solvay – op basis van suikerriet.


‘De besparing op fossiele grondstoffen maakt de productie CO2-armer’, zegt hoogleraar schone technologie Jo Dewulf van de Universiteit Gent. ‘Uiteraard is dat een goede zaak voor het milieu, maar er is ook een keerzijde: voor de teelt van suikerriet is akkerland nodig, waarop landbouwmachines, kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt worden, en waarop bijgevolg geen andere teelten (zoals voedsel) meer mogelijk zijn. Omdat de akkers bij het oogsten worden afgebrand, zorgt de suikerrietteelt ook voor een verhoogde uitstoot van fijn stof. Bovendien vraagt de opschaling ervan meer landbouwgrond, waardoor in eerste instantie graaslanden en daarna ook stukken Amazonegebied opgeofferd zullen worden. Zeggen dat de omschakeling van Solvay de productie van pvc duurzamer zal maken, is dus geen evidentie.’


HET DUURZAAMSTE SCENARIO
Om de milieu-impact te berekenen, tekende promovendus Rodrigo Augusto Freitas de Alvarenga twee scenario’s uit: Wat als Solvay in 2010 op de productie van bio-plastics was overgestapt, en wat als het dat in 2018 alsnog doet? De onderzoeker herleidde vijftien milieu-impactfactoren naar drie hoofdcategorieën: gezondheid van de mens, impact op lokale ecosystemen en de totale grondstofvoorraad. Elk van de factoren kreeg een bepaald gewicht om tot een globale score te komen. Het landgebruik is daarbij een belangrijke extra factor, want het heeft een grote impact op de drie categorieën.


Uit de berekening blijkt dat de eindbalans inderdaad positief uitvalt voor bio-pvc. De omschakeling zorgt voor een daling van de milieu-impact met 40 procent in 2010 en 65 procent – dankzij de verwachte positieve invloed van een hogere productie en een strengere landbouwwetgeving in Brazilië – tegen 2018. ‘Maar daarmee is de kous nog niet af: deze berekening geldt immers voor een beperkte productie van Solvay alleen’, relativeert Dewulf. ‘Wat als ook andere bedrijven massaal op bio-pvc inzetten? Dan neemt de vraag naar landbouwgrond toe, en daarmee ook het aandeel van het grondgebruik in de berekening. Graaslanden moeten plaatsmaken voor nieuwe suikerrietvelden, waardoor het vee moet verhuizen. Die verhuizing kan een negatieve impact hebben op de lokale biodiversiteit, bijvoorbeeld door Amazonegebied in graasland om te zetten, wat de milieuwinst kan compenseren.’


Daarom tekenden de onderzoekers opnieuw drie scenario’s, de situatie waarin elke bijkomende hectare suikerrietplantage respectievelijke geen, één of 0,13 hectare – dit laatste cijfer is gebaseerd op het huidige Braziliaanse landbouwmodel – Amazonegebied zou kosten. ‘Voor het één-voor-één scenario wordt de duurzaamheidswinst van suikerriet volledig tenietgedaan. Is er geen nieuwe vernietiging van woud, dan is de winst compleet. Om de opschaling duurzaam te houden, mag voor elke bijkomende hectare suikerrietplantage hoogstens 0,06 hectare Amazonewoud verdwijnen. Dat kan dus alleen als ook de veeteelt (het huidige model vraagt 0,13 hectare) wordt geïntensifieerd, waardoor mee vee op hetzelfde grondoppervlak graast.’


Berekeningen als deze tonen volgens Dewulf aan dat duurzaamheid niet absoluut is. Het is streven naar ‘het meest duurzame scenario’. ‘De totale levenscyclusanalyse van een productieproces is nog een zeer jonge wetenschap, maar we komen langzaamaan tot standaardisering. Dat zal het mogelijk maken om van elke technologie, van biomassa, maar ook van elektrische auto’s of het gebruik van zonne-energie, de effectieve milieuduurzaamheid te berekenen.’ De Gentse evaluatiemethode is in de running om een standaard Europese methode te worden om de milieuprestaties van producten, diensten en bedrijven te achterhalen. Vandaag worden er zoveel methodes gebruikt dat bedrijven en consumenten door de bomen het bos niet meer zien. De komende drie jaar loopt daarom een test met algemene Europese evaluatiemethodes.


Bron : Jo Dewulf, Universiteit Gent - EOS juni 2013.

terug naar overzicht