Nieuwsberichten

Nieuw MIRA-onderzoeksrapport: Opmaak van een indicator voor ozonschade aan vegetatie

24 april 2015

 

Ozonflux versus ozonconcentratie

Het nieuwe onderzoeksrapport bouwt verder op de aanbevelingen van een literatuur- en haalbaarheidsstudie die in 2013 werd uitgevoerd door Deutsch en Vandermeiren (2013). In deze studie werd de meerwaarde van berekeningen van de ozonschade aan vegetatie op basis van ozonflux geïllustreerd in vergelijking met de ‘klassieke’ indicator op basis van ozonconcentratie in de lucht (AOT40ppb). Slechts een deel van de ozon die zich in de omgevingslucht bevindt dringt namelijk effectief de plant binnen via de huidmondjes of stomata. Het is deze ozonopname die bepalend is voor de schade aan de plant. De plant regelt de openingsgraad van de huidmondjes om transpiratie- en fotosyntheseprocessen aan te passen aan de omgevingsomstandigheden. De effectieve ozonopname wordt daarom zowel bepaald door de ozonconcentratie in de omgevingslucht, een aantal omgevingsfactoren (temperatuur, lucht- en bodemvocht, lichtintensiteit …) als specifieke plantkarakteristieken (aantal huidmondjes, ontwikkelingsstadium van de plant …).

 

Berekening van de ozonflux via het ozonfluxmodelPhytotoxische Ozon Dosis

In deze studie werd het programma ‘O3flux’ ontwikkeld waarmee een gebiedsdekkende berekening mogelijk is van de Phytotoxische Ozon Dosis PODY (uitgedrukt in mmol ozon per m2 bladoppervlak).

Met het ozonfluxprogramma kunnen voor Vlaanderen of België op het niveau van velden PODY-waarden berekend worden voor aardappels, akkerland, grasland, graan, tarwe, loofhout en naaldhout. In de studie werden de berekeningen uitgevoerd voor het jaar 2009 en de resultaten weergegeven onder de vorm van kaarten. Ter illustratie in onderstaande figuur de PODY-kaart voor akkerland.

Er werd nagegaan wat het effect is van de parameter bodemvocht op de resultaten en van de keuze van invoer voor de fotosynthetisch actieve straling. Voor aardappelen en tarwe werd via bestaande dosis-respons functies het verlies aan gewasopbrengst ingeschat op basis van de berekende PODY-waarden. In 2009 daalde de aardappelopbrengst in Vlaanderen gemiddeld met 4,7 % ten gevolge van ozonblootstelling, voor tarwe bedroeg het opbrengstverlies gemiddeld 10 %.

Lees het volledige rapport hier

 

Bron: MIRA – Milieurapport Vlaanderen

terug naar overzicht