Nieuwsberichten

De ruwvoederbeschermwagen rijdt voor

26 december 2015

 

Ook op land- en tuinbouwbedrijven treffen we veel innovatieve ‘handige harry’s’. Een ervan is melkveehouder Ton van den Broek in Merksplas. 

 

Technische knobbel

Als 21-jarige startte Ton in 1983 met 20 melkkoeien. Later kwamen er vleesvarkens bij, om de basis van het bedrijf te verbreden en de stap naar een volwaardig melkveebedrijf te kunnen zetten. Vandaag baat Ton met zijn echtgenote Lianne een bedrijf uit met een 70-tal koeien, 900 vleesvarkens en 40 ha grond: 15 ha grasland en 25 ha maïs. De maïs gaat deels als snijmaïs naar de koeien, een ander deel is CCM voor de varkens. Ton, die van Nederlandse afkomst is, heeft een technische schoolopleiding gehad. Hij vertelt dat hij van jongs af graag dingen ‘in elkaar flanste’. “Het is niet zo dat ik daar een hobby van gemaakt heb. Het bedrijf heeft altijd veel tijd en inzet gevraagd, we hebben een gezin … Er zijn andere zaken die belangrijk zijn, maar dat wil niet zeggen dat je niet gevoelig bent voor techniek en constructie. En ideeën ontstaan dan als een soort toevalligheid. Je bent met iets bezig, sommige dingen irriteren je. Je piekert daar een tijdje over en op een bepaald moment beslis je dat het gedaan moet zijn. Je zet je ideeën op papier en je gaat op zoek naar mensen die kunnen helpen.”

 

Puzzelstukjes vallen samen

In 2011 namen Ton en Lianne een nieuwe melkveestal in gebruik. Ton stelde vast dat de sleufsilo die ze voorheen hadden laten bouwen eigenlijk te groot was. “Omdat onze doelstelling een hoogproductieve veestapel met prima melkkwaliteit is, hecht ik veel belang aan de kwaliteit van het kuilvoer. Wanneer je een voldoende grote voedersnelheid hebt, kan je broeivorming en bederf voor blijven. Maar ik merk – en dat komt geregeld ter sprake tussen collega’s-melkveehouders – dat de voedersnelheid eigenlijk te laag is om voederverlies te voorkomen op veel bedrijven, zelfs de grotere. Zeker in de zomer, met afwisselend zon en regen, krijg je heel snel bederf, net onder het plastic, op de snijrand. Ik heb er altijd een hekel aan gehad om slecht voer naar de koeien te brengen. Dus, telkens als ik verder opschoof in de silo, moest ik een deel minderwaardig voer weghalen. Dat irriteerde mij. Ik wou ook voorkomen dat er regenwater insijpelde. Daar komt nog bij dat er hier in de streek veel kauwen en kraaien rondhangen. Die krabben het voer door elkaar, en als je een grote vlucht op je kuil krijgt, nemen ze gemakkelijk tientallen kilo’s maisgraan mee. Dan zwijg ik nog over de uitwerpselen die ze achterlaten.”

Naast deze economische factoren haalt Ton nog een andere reden aan waarom hij liep te dubben over een silozeil-oprolsysteem als alternatief. “Onze buren wonen hier vlakbij. We hadden gemerkt dat het afdekplastic bij winderig weer een flapperend geluid maakt en dat vonden we zelf ook storend. Ik wou dus iets verzinnen om het plastic te kunnen oprollen.” Ton wist dat Deense bedrijven soms een overkapping boven de silo’s plaatsen om te kunnen uitkuilen zonder last van wind of sneeuw. Een streven naar meer werkcomfort speelde dus ook mee. “Al die facetten vielen als puzzelstukjes samen in het idee van een soort dakconstructie, die op de wanden van de sleufsilo zou kunnen rijden, met aan de voorzijde een oprolbaar vogelgaas en langs de achterzijde een vrijhangende rol waarop het kuilplastic opgerold zou worden.”

 

Het prototype rolt

Met zijn schetsjes trok Ton naar een constructiebedrijf in Baarle-Hertog, dat erg vertrouwd is met het landbouwwerk. Daar vond hij een geschikte sparringpartner om zijn ideeën concreet vorm te geven. “In samenspraak heeft die het constructie-technische voor zijn rekening genomen. Als melkveehouder had ik daar de tijd niet voor en ik wou ook het wiel niet opnieuw uitvinden!” Na een vrij intensieve overlegperiode, werd het ding – dat intussen de naam ‘ruwvoerbeschermwagen’ had gekregen – eind 2014 op het bedrijf geïnstalleerd. Het is een soort rollende dakconstructie. Het dak is voorzien van geïsoleerde platen. De gevelwandjes zijn afgewerkt met damwandplaten tot aan de achterzijde, waar de rol voor het kuilplastic gemonteerd is. Vooraan bevindt zich het oprolbaar vogelgaas. Aan beide muurzijden zitten verstelbare rollen, die de wagen op de kuilmuren houden. De wagen is met spanbanden aan hijsogen in de silomuur vastgesjord, zodat hij bij storm niet gaat vliegen. “Uiteindelijk heeft het toestel mij wel wat meer gekost dan ik vooraf becijferd had. Maar dat komt omdat het met duurzamer materiaal gemaakt is dan ik mij voorgenomen had en omdat het allemaal maatwerk is.” Ton rekent erop dat het toestel tien à vijftien jaar meegaat. “Dan is die kostprijs minder belangrijk. Want er zijn duidelijke voordelen. Veel minder voederverlies door bederf of vogels, meer uitkuilcomfort zeker bij sneeuwval, geen dure inkuilmiddelen meer tegen bederf, hergebruik van het plasticzeil als je proper werkt, niet sleuren met autobanden, gedaan met geluids- en vogeloverlast … Als je het toestel verstandig en met beleid gebruikt en je bent gemotiveerd om het netjes te doen, geeft het een financiële en milieukundige meerwaarde aan heel je bedrijf.”

Veiligheidshalve nam Ton ook contact op met KBC voor de verzekering. “Het is eigenlijk geen gebouw, want er staan geen funderingen onder. Het is een machine, maar dan wel eentje die in geen enkele bestaande categorie onder te brengen is.”

 

Nog niet uitgebold

Bij een uitvinding met zoveel positieve kenmerken dringt zich uiteraard de vraag op of de ontwerpers plannen hebben om ze te commercialiseren. Het is wel de bedoeling om het concept vast te laten leggen. Door deze constructie te bouwen, heeft het constructiebedrijf in Baarle-Hertog ook veel praktische ervaring opgedaan en het is dus goed geplaatst om zulke systemen uit te werken. “Ik ben tevreden met mijn ruwvoerbeschermwagen. Naarmate hij langer in gebruik is, ontdek ik wel nog verbeterpunten. Het verhaal is dus nog niet uit.”

Een filmpje over de ruwvoederbeschermwagen kan je hier bekijken. 

 

Bron: Engineeringnet


terug naar overzicht